Zoeken
  • Werkgroep RWA

Bouwbesluit 2012 een inspectiecertificering

Met het uitkomen van het Bouwbesluit 2012 werd ook de verplichting ingevoerd om brandbeveiligingssystemen, zoals rookbeheersingssystemen, sprinklerinstallaties en brandmeldinstallaties, welke bij of krachtens de wet aanwezig zijn, te voorzien van een inspectiecertificaat (artikel 6.32). Dit geldt niet alleen voor nieuw te realiseren installaties maar ook voor bestaande installaties. De opstellers van het Bouwbesluit realiseerden zich dat dit niet van vandaag op morgen is te bereiken. Er is immers sprake van tienduizenden te certificeren systemen. Daarom werd tot en tot 1-1-2015 gedoogd dat er nog geen certificaat aanwezig was.

Rookbeheersingssystemen, zoals Rook- en WarmteAfvoersysteem [RWA], overdrukinstallaties, en parkeergarage brandventilatiesystemen worden weliswaar niet rechtstreeks vanuit het Bouwbesluit vereist maar zijn veelal wel vergunning plichtig (bij of krachtens de wet) aanwezig. Dit op basis van een gelijkwaardige invulling van een eis uit het Bouwbesluit (artikel 1.3 “gelijkwaardigheidsbepaling”, voorheen artikel 1.5).

Veel installaties ruim 5 jaar later nog niet voorzien van certificaat

De werkgroep RWA concludeert dat 5-8 jaar later slechts een handjevol Rookbeheersingssystemen, waaronder RWA-installaties, van een certificaat is voorzien.

Dat de overige systemen niet zijn voorzien heeft uitlopende redenen:

· eigenaren zijn simpelweg niet van de eis op de hoogte;

· er is vooralsnog geen sprake van controle op aanwezigheid van het certificaat door de vergunningverlener;

· er zijn nog geen sancties uitgedeeld;

· er is nog geen “kalf verdronken” Hiermee bedoelen we dat er nog geen brand is geweest in een object met daarin een niet gecertificeerde installatie;

· de inspectie gebeurde oorspronkelijk met de bril van nu;

· herleidbaarheid ontbreekt:

- waarom is de installatie aanwezig

- wat is het doel van de installatie

- wat zijn de uitgangspunten voor ontwerp

· de betreffende installatie is gewoonweg niet in orde (bijvoorbeeld jarenlang niet onderhouden).

Bevoegd gezag mag afwijken maar doet dit vaak niet

De opsteller van het Bouwbesluit is aan een aantal hierboven genoemde zaken voorbij gegaan of heeft zich onvoldoende gerealiseerd wat de impact van de eis zou kunnen zijn. Voorts dient gecertificeerd te worden op basis van de CCV-regeling en ontbraken er voldoende afgeleide doelstellingen waarop een ISO17020 type A geaccrediteerde Inspectie-instelling kan inspecteren c.q. certificeren. Wel is direct voorzien in een alternatief. Mocht er niet tot een certificaat gekomen kunnen worden, dan kan in overleg met bevoegd gezag hiervan worden afgeweken. Met andere woorden, als de gebruiker/eigenaar in overleg met bevoegd gezag overeenkomt dat het aanwezige beveiligingsniveau en technische staat van de installatie past bij het oorspronkelijke vergunde niveau, dan is sprake van een voldoende installatie.

Er wordt weliswaar vaak genoeg getracht om in overleg met bevoegd gezag gebruik te maken van het alternatief. Hier gaat het bevoegd gezag echter niet altijd in mee. Dit heeft veelal te maken met het niet bekend zijn met de materie of men vindt uitsluitend een certificaat voldoende bewijs (hier gaan we in de navolgende blogs nader op in).


Papieren veiligheid: brandveiligheidsniveau neemt vaak af

Een negatief gevolg van het niet kunnen komen tot een CCV-certificeringswaardige installatie, is dat gebruikers hun toevlucht zoeken in andere oplossingen. Denk hierbij aan invulling van de brandveiligheidseisen op basis van NEN 6060, NEN 6079, ontvluchtingsmodellen en CFD-simulaties.

Op basis van deze modellen wordt aan het vigerende wettelijke kader voldaan (immers de modellen worden tegenwoordig aangewezen in het Bouwbesluit) en wordt de vergunning opnieuw aangevraagd en verstrekt. De brandveiligheid is dus op papier geborgd. In het verlengde van deze nieuwe vergunning kan het voorkomen dat de aanwezige brandbeveiligingsinstallatie niet meer is vereist. De praktijk leert dan ook dat deze dan ook niet meer worden onderhouden of zelfs worden losgekoppeld, dus buiten gebruik gesteld.

Ten aanzien van de oorspronkelijke situatie, te weten en pand met daarin een functionele brandveiligheidsinstallatie, is dit dus een aderlating te noemen omdat op basis van NEN6060 en NEN6079 weliswaar de brandveiligheid op papier voldoet aan het minimale niveau maar bij een significante brand wel kan leiden tot een aanzienlijke schade of zelfs een total loss of in het ergste geval, het verlies van mensenlevens.

Ons inziens, en gelukkig niet alleen naar onze visie, een ongewenst effect van de gestelde eis.

Immers het brandveiligheidsniveau gaat in de breedte gezien sterk omlaag, daar waar met inspectiecertificering juist een opwaardering is bedoeld.

Samenwerking met inspectie-instellingen om veiligheid te waarborgen

De werkgroep RWA heeft enige jaren geleden het initiatief genomen om te komen tot meer gecertificeerde installaties of conform doelstelling functionerende rookbeheersingssystemen waaronder RWA-systemen. Hierover is contact opgenomen met de inspectie-instellingen. Zij delen onze mening en daarom zijn we op zoek gegaan naar een manier om het proces (afkoppelen, geen onderhoud) ten goede te keren. Hiertoe zijn diverse initiatieven genomen.

Te denken valt aan roadshows (het informeren van), persoonlijke gesprekken, uitbreiden van het aantal afgeleide doelstellingen of herdefiniëren van de afgeleide doelstelling bij het CCV.

Meer weten: neem gerust contact met ons op.

23 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

© 2020 Werkgroep RWA

is een samenwerking tussen Colt International en Kingspan Light + Air

Privacybeleid van Colt International

Privacybeleid van Kingspan Light + Air