© 2019 Werkgroep RWA

is een samenwerking tussen Colt International en Brakel Atmos

Privacybeleid van Colt International

Privacybeleid van Brakel Atmos

Rookbeheersingsinstallaties op basis van artikel 1.3 (gelijkwaardigheidsbepaling m.b.t. Bouwbesluit) dienen te worden voorzien van een inspectie certificaat. Hierbij worden de installaties momenteel beoordeeld op basis van 4 afgeleide doelstellingen Ook bestaande installaties zijn aan inspectie onderhevig. Deze installaties voldoen echter niet altijd aan vigerende regelgeving of inzichten van het heden. Daarnaast zijn de destijds gehanteerde ontwerpnormen vaak niet volledig juist toegepast dan wel geïnterpreteerd. Dit maakt certificering van bestaande RWA installaties onnodig lastig.

 

Een inspectiecertificaat voor een rookbeheersingssysteem wordt verstrekt op basis van een afgeleide doelstelling: het doel waarvoor de RWA installatie is aangebracht.

 

Een ISO17020 type A geaccrediteerde inspectie-instelling voert de inspectie uit. Deze toetst  - middels een beoordeling van de ontwerpstukken en een initiële inspectie  - of het rookbeheersingssysteem het gestelde doel realiseert. Dit moet gebeuren op basis van de normen en/of richtlijnen die golden ten tijde van realisatie van de RWA-installatie. Tevens moeten de gehanteerde normen en/of richtlijnen zijn opgenomen in het CCV-document “inspectie brandbeveiliging – specifieke normen en verwijzingen”.

 

Helaas geldt voor veel bestaande installaties dat belangrijke informatie, zoals project specifieke afspraken, verloren is gegaan en de uitgangspunten dus niet herleidbaar zijn. Voorts werden indertijd ook andere repressietijden gehanteerd én blijkt de kennis van oudere normen en regelgeving niet meer aanwezig te zijn. Daarom toetst een inspectie-instelling een installatie uit het verleden met de kennis van nu…en dat is niet in alle gevallen redelijk.

 

Gevolg: afname brandveiligheid
De tendens die nu ontstaat, is dat gebruikers hun RWA installaties niet meer onderhouden of zelfs verwijderen. Dit leidt tot een verlaging van het ooit beoogde en vergunde veiligheidsniveau. Zo kunnen aanwezige personen moeilijker een veilige vluchtweg vinden en kan de brandweer de brandhaard minder snel lokaliseren.
Daarnaast heeft het -  in geval van brand - ook een negatief effect op de schadebeperking van het gebouw, het productieproces en de omgeving. Rook- en warmteafvoer heeft hier immers een aanzienlijke invloed op.

 

Roep om aanpassing 2e doelstelling
Werkgroep RWA is van mening dat de 2e afgeleide doelstelling ‘ondersteuning inzet brandweer’  niet concreet genoeg is. Daarom pleit Werkgroep RWA voor aanpassing van deze doelstelling naar ‘ondersteuning van de offensieve binneninzet van de brandweer’. Deze doelstelling omvat het creëren van aanvullende mogelijkheden om een beginnende brand te beperken en/of het vergroten van de kans reddend op te kunnen treden.

 

Resultaat: inzicht in brandveiligheidsniveau
Op deze manier wordt inzichtelijk wat het brandveiligheidsniveau van een installatie is waarna de gebouwgebruiker kan bepalen of dit voldoende is.
Naast de gebouwgebruiker en de brandweer zijn ook de gemeente en het betrokken rookbeheersingsbedrijf hierbij gebaat. Meer info…